Datum:Zaterdag 6 februari 2010
Knobbelige zee
Het probleem dat dinsdag beschreven werd lijkt opgelost. We hoeven niet dagen lang voor de lager wal van Sydney heen en weer te zeilen om de tijd vol te maken tot onze geplande binnenkomst. De autoriteiten van Australië hebben zich uiterst flexibel opgesteld door een manier te vinden om ons schip buiten een daar toe aangewezen aanloophaven in te klaren. We kunnen dit maandag doen op Lord Howe Island, een stukje land van 14 vierkante kilometer oppervlak dat 300 mijl voor de kust van Australië ligt. Volgens ingewijden is het één van de mooiste eilanden in de Stille Oceaan, we zullen het morgen zien, al is het op afstand want permissie om te gaan passagieren zit er bij deze klaring nog niet in. Toch lijkt een groot aantal opvarenden al tevreden met een rustige ankerplek want het schip rolt al dagen van boord naar boord en daar krijgt men wel eens genoeg van. De balans houden is voor de meesten een erg vermoeiende bezigheid en zelfs van een lange nacht te kooi rust men weinig uit omdat zelfs in slapende toestand wordt geworsteld om niet op de grond te belanden. Als aan tafel het kopje wordt losgelaten om er voor te zorgen dat het eten niet uit het bord glijdt, ligt de jus d’orange al op de schoot van de overbuurman. De kombuis lijkt een orkesthal met louter ritmeloze bekkenspelers en de stuurman trekt met een onbeheerste haal z’n koerslijn over land. Nu ik de computermuis al drie keer langs heb zien vliegen en kramp krijg in het been dat me schrap zet tegen de klerenkast lijkt me het einde van dit stukje ook wel gerechtvaardigd…
Richard Slootweg
Kapitein Clipper Stad Amsterdam